Lokale Milieupagina

Contactinformatie



Intro
Geluid
Luchtkwaliteit
Klachten
Vragen
Links

 

 

Oorzaken   Verkeer   Milieukaarten   Gezondheid   Beleid en normen   Modellen

Luchtkwaliteit >> Modellen

Inleiding
Bijdrage van de weg
Emissies
Achtergrondconcentraties
Toetsing
Nauwkeurigheid en natuurlijke variatie

Inleiding
Om na te gaan of de luchtkwaliteit rond een weg in de nabije toekomst aanleiding zal geven tot luchtkwaliteitproblemen kunnen modelberekeningen of windtunnelmetingen worden uitgevoerd. In beide gevallen wordt een schatting van de bijdrage van emissies van het verkeer in de omgeving gemaakt. Deze geschatte bijdrage wordt gecombineerd met een schatting van de zogenaamde achtergrondconcentratie voor het gebied waar de weg doorheen loopt. De gecombineerde totale concentraties worden vervolgens getoetst aan de grenswaarden uit het besluit luchtkwaliteit. Over het algemeen wordt naar de stoffen stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (Particulate Matter, PM10) gekeken. In dit stukje wordt zeer kort beschreven welke aspecten een rol spelen bij de bepaling van de verwachte luchtkwaliteit rond een weg.

<<

Bijdrage van de weg
Alle verkeer op een weg stoot uitlaatgassen uit. De uitlaatgassen van elke auto worden direct door het achterop komende verkeer gemengd en opgewerveld. Dit lijkt sterk op het opspatten van regenwater waardoor er een wolk van water achter het verkeer lijkt te hangen. De verontreiniging die zo boven een weg ontstaat zal door wind worden meegevoerd en worden verdund. Met een zogenaamd verspreidingsmodel kan de verdunning tengevolge van meteorologische omstandigheden worden bepaald. TNO heeft al jarenlang het best geteste verspreidingsmodel voor verkeersemissies in Nederland. Als een berekening voor een toekomstig jaar wordt gemaakt wordt er van uitgegaan dat een gemiddelde van het weer zoals dat gedurende de laatste jaren voorkwam een redelijke schatting zal zijn voor het gemiddelde weer in de nabije toekomst. Omdat sommige verontreinigingen nog chemische reacties ondergaan in de tijd tussen uitstoot en het moment dat zij het de mensen bereiken worden verschillende reacties doorgerekend.

<<

Emissies
Om de emissies van het verkeer op de weg te bepalen is het nodig om te weten wat verschillende soorten voertuigen per gereden kilometer uitstoten, de zogenaamde emissiefactoren. Omdat de snelheid en vooral de dynamiek (onrust) van het verkeer sterk uitmaken voor de totale emissies moeten de emissiefactoren voor verschillende verkeerssituaties bekend zijn. In sommige specifieke actuele situaties, zoals in Overschie het geval is, kunnen geoptimaliseerde emissiefactoren worden bepaald en gebruikt. Voor algemene studies worden de prognoses van het RIVM gebruikt. Informatie hierover wordt door Infomil verzorgt. Deze geschatte emissiefactoren geven over het algemeen een redelijk goed algemeen beeld van de verwachte emissies. De toekomstige emissies van het verkeer hangen sterk af van de mate van technische en economische ontwikkelingen in de nabije toekomst. De visie op de toekomst (het toekomstscenario) is dus van groot belang op de schatting van de emissies. Omdat de economie en techniek continu veranderen, worden de toekomstschattingen periodiek door het RIVM bijgesteld en door het ministerie van VROM min of meer verplicht gesteld om bij verkeersstudies te gebruiken. De keuze voor het te hanteren scenario gaat dus geheel buiten TNO om.

Los van de keuze van de emissiefactoren is natuurlijk een schatting van de toekomstige verkeersintensiteiten en samenstellingen noodzakelijk, deze worden door Rijkswaterstaat aangeleverd. Omdat de inschatting van de verkeersstromen in de toekomst sterk afhangt van de verwachte economische en planologische ontwikkelingen zullen deze ramingen van tijd tot tijd door Rijkswaterstaat worden bijgesteld.

<<

Achtergrondconcentraties
De achtergrondconcentraties worden veroorzaakt door de emissies van allerlei (internationale) bronnen: industrie, huishoudens, alle verkeer (auto’s, schepen, vliegtuigen), natuurlijke emissies, etc.. De verwachting voor de achtergrondconcentratie zal wederom sterk afhangen van de geschatte economische ontwikkeling. Immers, economische groei zal aan een kant tot meer activiteiten en bijbehorende emissies leiden maar ook tot meer geld en technologie om de emissies te reduceren. De bepaling van een toekomstscenario voor verkeersemissies gaat samen met de schatting van de achtergrondconcentraties. De keuze voor een bepaald scenario door het ministerie van VROM legt dan ook zowel de te gebruiken emissiefactoren als de achtergrondconcentraties vast. TNO heeft hier geen keuze in en zal iedereen dan ook adviseren om het “voorgeschreven” scenario te gebruiken. Gebruik van andere cijfers zal immers in een groot risico resulteren dat de berekeningen niet door VROM worden geaccepteerd.

<<

Toetsing
De bijdrage van de weg aan de lokale luchtkwaliteit neemt in de eerste honderd meters al sterk af. Daarna neemt de bijdrage van de weg nog slecht zeer langzaam af. Voor toetsing van de luchtkwaliteit wordt vaak gekeken naar de afstand tot de as van de weg waarop de totale concentratie gelijk is aan de grenswaarde, deze afstand wordt de overschrijdingsafstand genoemd. Omdat de bijdrage van de weg zo langzaam afneemt, kunnen betrekkelijk kleine veranderingen in de geschatte emissies van het verkeer een zeer groot effect hebben op de overschrijdingsafstand. In de praktijk kan dit betekenen dat de keuze voor een ander toekomstscenario of andere verkeersintensiteiten betekent dat een geplande wijk wel of juist niet gebouwd mag worden. De uiteindelijke keuzes worden door de overheden gemaakt. Voor veel snelwegen in het oosten en zuiden van Nederland is de overschrijdingsafstand voor 2010 in de orde van tientallen meters. In het westen worden voor 2010, door de hogere achtergronden en verkeersintensiteiten, geschatte overschrijdingsafstanden van honderden meters verwacht.

Het is duidelijk dat er veel aannames moeten worden gedaan om tot een schatting van de te verwachten toekomstige luchtkwaliteit te komen. Al deze aannames resulteren in een onzekerheid van de berekende concentraties. De ervaring leert dat overheden ervan uitgaan dat de berekende nominale waarde de beste schatting is voor de concentraties. De onzekerheidsmarge wordt dan ook zelden in de besluitvorming betrokken.

<<

Nauwkeurigheid en natuurlijke variatie
De meteo omstandigheden zijn elk jaar verschillend van eerdere jaren. Bij een luchtkwaliteitstudie wordt gerekend met een prognose voor de gemiddelde omstandigheden in de toekomst. Hoewel de gebruikte meteo en achtergronden geacht worden een goede beschrijving te geven van de gemiddelde situatie in de toetsjaren, zijn zij uiteraard niet exact gelijk aan de omstandigheden die in het toetsjaar (2010) zullen optreden. Een jaar kan voor de luchtkwaliteit goed zijn (relatief koel en windering) of juist slecht (zeer warm en minder wind). Deze natuurlijke variatie maakt dat rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid dat de luchtkwaliteit in elk jaar iets beter of juist iets slechter kan zijn dan de gemiddelde waarde.

Wanneer gevonden overschrijdingen aanleiding zijn tot ingrijpende en/of kostbare beslissingen, is aan te bevelen voor de desbetreffende locaties meer gedetailleerd onderzoek te doen, bijvoorbeeld met behulp van windtunnelsimulaties.

<<

 

Voor vragen over deze milieupagina
of over de lokale milieusituatie
kunt u contact opnemen met:

Gemeente Delft
Vakteam Milieu
Postbus 340
2600 AH Delft
tel. 015 260 2935
Reageren

gemeentedelft.info
www.delft.nl/natuurenmilieu


 

 

Meer informatie over de
bepaling van luchtkwaliteit